Onafhankelijke lichtberekeningen: waarom gokken met verlichting geen goed idee is
Voor veel gemeenten is openbare verlichting iets dat ‘gewoon moet werken’. Mast neerzetten, armatuur erop, klaar. Totdat er klachten komen. Of totdat blijkt dat een straat eigenlijk niet conform het beleidsplan of de richtlijn verlicht is. In het ergste geval gebeurt er een incident waardoor alle ogen op dat straatje en de verlichting zijn gericht. Dan komt vaak dezelfde vraag: hadden we dit vooraf kunnen weten? Het antwoord is simpel: ja. Met een goede lichtberekening.
Bij het Nederlands Lichtinstituut (NLI) maken specialisten Klaas Beens en Wouter van de Craats regelmatig onafhankelijke lichtberekeningen voor gemeenten. Het is niet verplicht, maar kan veel gedoe achteraf voorkomen.
Wat een lichtberekening laat zien
Een lichtberekening klinkt ingewikkeld, maar het principe is vrij simpel. Het laat zien hoeveel licht er daadwerkelijk op straat terechtkomt en hoe dat licht verdeeld is. “Een lichtberekening laat op een digitale, theoretische manier zien hoeveel licht er op straat valt en hoe fel dat is,” legt Wouter uit. “Een drukke weg vraagt bijvoorbeeld om meer licht dan een rustig woonstraatje. Met een berekening kun je dus vooraf bepalen wat de juiste hoeveelheid verlichting is.”
Maar het gaat niet alleen om hoeveel licht er op straat staat. De verdeling is minstens zo belangrijk. Klaas: “Je hebt verschillende optieken in armaturen. Elke optiek verspreidt het licht anders. Met een lichtberekening kun je precies zien hoe dat licht zich over de straat verdeelt. Dat is belangrijk, want een straat kan technisch genoeg licht hebben, maar toch slecht verdeeld zijn. Het resultaat van zo’n berekening is een kaart met kleurvlakken. Daarmee ziet een beheerder in één oogopslag waar veel licht staat en waar minder.”
Geen verplichting, wel verstandig
Een lichtberekening is niet wettelijk verplicht. In theorie kan een gemeente dus ook zonder berekening verlichting plaatsen. “Je kúnt zonder berekening een lichtmast neerzetten,” zegt Wouter. “Er zijn richtlijnen voor hoeveel licht er nodig is in bepaalde situaties, maar dat zijn geen wetten. Toch kiezen steeds meer gemeenten ervoor om het wel te laten berekenen. Gewoon omdat je dan zeker weet dat het klopt.” Klaas: “In veel beleidsplannen staat dat gemeenten volgens de richtlijn willen verlichten. Maar dan moet je wel kunnen aantonen dat je daaraan voldoet. Dat kan eigenlijk alleen met een lichtberekening.” Gelukkig zien de beide heren dat er veel ingenieursbureaus zich in een vroeg stadium melden bij het NLI om ook de openbare verlichting mee te nemen in het plan. Klaas: “We hebben vanuit die hoek heel veel aanvragen. Dat is een heel goed teken want dat houdt in dat verlichting steeds serieuzer wordt meegenomen door projectontwikkelaars”.
Energiezuinig en kostenbesparend
Daarnaast speelt ook energiegebruik een rol. “Als je het niet berekent, is de kans groot dat er te veel licht hangt,” zegt Klaas. “Dan gebruik je meer energie dan nodig is. Met een berekening kun je precies bepalen wat nodig is en niet meer dan dat. Ook kan het zo zijn dat uit een lichtberekening blijkt dat er minder lichtmasten nodig zijn, omdat we beter passende armaturen kiezen. Daarmee bespaar je flink wat geld. En door niet maar wat te gokken, voorkom je klachten achteraf. Die problemen oplossen kost vaak veel tijd en geld om maar niet te spreken van het humeur van de betreffende burger.”
Het juiste moment: liever eerder dan later
In de praktijk worden lichtberekeningen vaak gemaakt bij nieuwbouwprojecten of bij grote vervangingsprojecten. Maar volgens Klaas en Wouter worden ze soms wel erg laat in het proces gevraagd. “Wij worden regelmatig pas ingeschakeld als het hele ontwerp al bijna klaar is,” zegt Klaas. “De bomen staan al ingetekend, de parkeervakken liggen vast en dan moeten wij nog een lichtberekening maken. Dan heb je veel minder ruimte om het echt goed te doen.” Het liefst kijkt het NLI daarom al eerder mee. “Als je in een vroeg stadium betrokken bent, kun je de lichtmasten op de ideale plek zetten,” zegt Wouter. “Als alles al vastligt, wordt dat lastiger.”
Waarom onafhankelijk rekenen belangrijk is
Veel leveranciers maken ook lichtberekeningen. Dat is logisch: zij leveren immers de armaturen. Toch kan het verstandig zijn om die berekeningen onafhankelijk te laten controleren. Klaas: “Een leverancier heeft altijd een belang bij zijn eigen product. Als je een fabrikant vraagt om een berekening te maken, dan gebruikt die natuurlijk zijn eigen armaturen. Dat werkt prima wanneer er bijvoorbeeld een aanbesteding is gewonnen door de betreffende fabrikant”.
Het NLI kijkt breder. “Wij zijn onafhankelijk,” zegt Wouter. “Als wij een lichtberekening maken, kijken we naar alle mogelijke armaturen. Het kan best zijn dat een bepaald merk het beste past.” Soms leidt dat tot verrassende inzichten. “Het komt voor dat een armatuur gewoon niet optimaal is voor een bepaalde situatie,” zegt Klaas. “Dan zeggen wij dat ook. Gemeenten kunnen bij ons dus rekenen op een eerlijk en onafhankelijk advies met het meest ideale resultaat, terwijl een leverancier eerder zal proberen zijn eigen product passend te maken.”
Dat onafhankelijke advies kan ook praktische voordelen opleveren. “Met een ander type armatuur kun je soms met minder masten hetzelfde resultaat bereiken,” legt Wouter uit. “Dat scheelt uiteindelijk in kosten en onderhoud.”
Een simpele tip voor beheerders
Tot slot hebben Klaas en Wouter nog één advies voor beheerders die met verlichting aan de slag gaan. “Denk goed na over je uitgangspunten,” zegt Wouter. “Welke verlichting wil je eigenlijk? En waarom?” Klaas vult aan: “En als je twijfelt, laat er gewoon eens onafhankelijk naar kijken. Dan weet je zeker dat je de juiste keuzes maakt.”
Want verlichting lijkt misschien eenvoudig, maar er komst stiekem best veel bij kijken. Gelukkig begint een goed verlichte straat gewoon met één slimme stap: eerst rekenen. En laat dát maar aan ons over.
Wil jij ook zeker weten dat het lichtbeeld goed uitpakt?
Bel dan gerust met Klaas Beens of Wouter van de Craats op 038 202 23 22 om te horen hoe zij jou kunnen helpen.